Social contacten:
De Mongoolse gerbil is sociaal en een groepsdier, daarom dien je deze gerbil met een soortgenoot te huisvesten. In het wild leeft deze gerbilsoort in groepen, in gevangenschap kan dit echter problemen opleveren. Daar waar ruzie ontstaat in de natuur kan het uitgevochten worden of een gerbil kan de benen nemen. In gevangenschap zitten de gerbils in een kooi en zal een gevecht bij ruzie onvermijdelijk zijn en zal de opgejaagde gerbil het met de dood moeten bekopen. De Mongoolse gerbil houdt je daarom het beste per 2, omdat het riscio op vechten in groepen veel te groot is. Ik heb helaas zelf al zeer veel vreselijke situaties gezien/ gehoord waardoor ik mijn gerbils nooit zal blootstellen aan groepshuisvesting. Hoe minder riscio, hoe beter!

De twee gerbils samen zullen een rangorde aannemen, een leider en een volger. In een tweetal zal dit altijd goed gaan, op uitzondering van koppels die verkeerd gekoppeld zijn, waarbij één van de gerbils ziek en dus zwak wordt, of waarbij er omgevingsfactioren veranderen. Het blijven dieren, dus ruzie hebben kunnen ze natuurlijk altijd. Houdt je ze per 2 is dat riscio echter zeer beperkt.

Gerbils zullen samen slapen, soms apart en dat is niet erg. Ze zullen samen spelen en elkaar uitdagen. Elkaar poetsen/ wassen hoort ook bij de sociale rol die ze spelen. Vaak wast de dominanste gerbil de onderdanige gerbil meer dan andersom. 

Kortom: Gerbils hebben elkaar echt nodig en je zal zien dat ze samen ook veel gelukkiger zijn. Huisvest daarom nooit een gerbil alleen, ook niet als deze 'het goed lijkt te hebben' of al oud is. Alle gerbils hebben een maatje nodig!


Trappelen met de achterpoten:
De Mongoolse gerbil zal soms op de achterpoten gaan staan en dan trappelen met de achterpoten, dit maakt een roffelend geluid. Dit is een signaal naar soortgenoten dat er iets aan de hand is, dat er gevaar is. Sommige gerbils doen het vaker dan anderen. Mede gerbils die het geluid horen zullen komen kijken wat er aan de hand is, en als zij gevaar herkennen zullen ze in hoekjes wegschieten ze gaan verstoppen. Door de nieuwsgierigheid zullen ze ook altijd weer terug komen om polshoogte van de situatie te nemen.
Mannetjes gerbils kunnen ook dit trappelen vertonen als ze seksueel opgewonden zijn.


Geur afzetten:
De Mongoolse gerbil heeft een geurklier op de buik, deze is goed te zien en zowel bij vrouwen als mannen aanwezig. Bij vrouwen is de geurklier vaak wel kleiner.  De gerbil zal met de buik over objecten e.d. strijken om zijn/ haar geur af te zetten en zo dus het territorium af te bakenen. De geurklier laat voor mensen geen geur achter die we kunnen ruiken, wat ervoor zorgt dat de Mongoolse gerbil niet stinkt.


Graven:
De Mongoolse gerbil graaft heel graag, gooi daarom een flinke (minimaal 15 cm) laag bodembedekking in het hok. Ze kunnen dan naar hartelust gangen graven die leuk zijn voor hen om te maken en voor jou om te zien. Heb je te weinig bodembedekking dan zie je ze vaak in hoekjes van de kooi graven, (dit gebeurt ook wel door andere factoren).


Knagen:
De Mongoolse gerbil is een knaagdier en zal dus ook naar hartelust knagen. Hierdoor kun je geen plastic en andere knaagbare materialen in de kooi plaatsen, dit gaat meteen kapot en kan gevaarlijk zijn als ze het per ongeluk inslikken. Naast houten speeltjes die ze kunnen opknagen kun je ook knaagstokjes zoals van de hazelnootboom of wilgentakjes geven voor het extra knaagplezier, (voorverpakt te koop, o.a. bij gerbilwebshop.nl). Ook rijstdoosjes, mueslidoosjes, eierdoosjes, wc- en keukenrollen e.d. zullen graag versnippert worden. Geef geen kranten of tijdschriften e.d. materiaal.
 

Gedrag tijdens de koppeling:
Tijdens het koppelen kun je verschillende gedragingen zien bij je gerbil die je niet kent. De onderdanige gerbil is meestal bang/ zenuwachtig en zal de hele tijd naar de dominante gerbil toe springen als de dominante beweegt. De dominante op zijn of haar beurt kan hier boos om worden en de onderdanige wegduwen of gaan vechten, de dominante kan ook ogen sluiten en negeren of het accepteren. Per gerbil is dit heel verschillend en dan ook bepalend of een koppeling lukt. Degene die de ander het meeste poetst/ verzorgd is de dominante gerbil, de onderdanige kan hierbij (veel) piepen. Het boven of onderop liggen wisselt meestal bij koppelingen, sommige dominante gaan nooit op de ander liggen, maar dit gedrag is niet te voorspellen of te bepalen. Sommige gerbils rijden op de ander en sommige plassen ook over de ander, dit is ook dominant gedrag. Tot slot kan de dominante gerbil knarsetanden, dit is een teken van irritatie/ boosheid, zo interpreteer ik het althans.